Monday, March 5, 2007

Vervolg> IV

Het Maya getallen notatiesysteem (wiskunde vs kalenderwetenschap)

Binnen het notatiesysteem van de Maya’s is een ding zeer opvallend. Er wordt gebruik gemaakt van het getal nul (voor zover dit een getal genoemd kan worden). Het systeem lijkt een beetje op het tellen in Romeinse cijfers. Zo stelt een puntje een waarde van 1 voor en een streepje is gelijk aan 5. 3 puntjes boven een streepje vertegenwoordigt dan dus een waarde van 8. Het Maya getallen systeem gaat uit van 20-tallen in plaats van de ons meer bekende tientallen. Volgens de Maya’s zijn onze tien vingers verbonden met de sterren, de energie uit de kosmos (Vader Hemel) en zijn onze tien tenen verbonden met Moeder Aarde.

Zij bekommerden zich dus om Moeder Aarde en om Vader Hemel te gelijkertijd, waar wij westerlingen alleen bidden tot ‘Ónze Vader Die In De Hemel Zeit’. We zijn Moeder Aarde een beetje vergeten in onze gebeden, in de loop der tijd. Dat is ook wel te zien aan de planetaire situatie (wat betreft bijvoorbeeld de vervuiling van water, lucht, grond en de ether) waarin de Aarde zich op dit moment bevindt.

Zie plaatje hieronder voor de manier van noteren van getallen:


Wanneer de Maya’s verder rekenen komt naar voren dat er een verschil bestaat tussen wiskundige berekeningen en de (op natuurlijke en kosmische ritmes gebaseerde) kalender berekeningen.

Volgens de Maya wiskunde wordt er namelijk vervolgens met vermenigvuldigingen (‘fractals’) van 20 gewerkt. Zie plaatje hieronder:


In de kalender berekeningen wordt echter gerekend met het volgende model (zie hieronder):



Het enige verschil tussen de beide rekenmethoden is dat er een eenmalige vermenigvuldiging plaatsvindt van 20 x 18 = 360 in plaats van 20 x 20 = 400 (zie twee bovenstaande figuren). De overige vermenigvuldigingen zijn echter wel allemaal weer x 20, zoals 360 x 20 = 7200.

Uit enkele cycli blijkt dat deze twee rekenmethoden met elkaar gecombineerd kunnen worden binnen de typische Mayaanse tijdmeting.

De volgende namen werden vervolgens aan de diverse tijdslengtes/cycli toegekend:

Kin = 1 dag

Uinal = 20 dagen

Tun = 360 dagen = 18 Uinals

Katun = 7200 dagen = 20 Tuns

Baktun = 144000 dagen = 20 Katuns

13 Baktuns = 1872000 dagen = de periode van 1 Zon of Wereld, welke belangrijk is voor de bepaling van de ‘einddatum’ in 2012. Een periode van 5 Zonnen staat gelijk aan 26000 jaren van 360 dagen, de precessiecyclus. Hierover later meer.

Pictun = 2,880,000 dagen = 20 Baktuns

Calabtun = 57,600,000 dagen = 20 Pictun

Kinchiltun = 1,152,000,000 dagen = 20 Calabtun = +/- 3 miljoen jaar

Alautun = 23,040,000,000 dagen = 20 Kinchiltun = +/- 63 miljoen jaar

Hablatun = 460,080,000,000 dagen = 20 Alautun = +/- 1,26 miljard jaar

De Maya’s gebruikten tijdsbepalingen die extreme lange perioden beschreven, tot honderden miljoenen en soms zelfs miljarden jaren geleden, wat aangeeft dat ze de kalender niet alleen als agenda of hulpmiddel voor de landbouw gebruikten, waarvoor is een datum miljoenen jaren geleden interessant? Het antwoord is natuurlijk ‘vanwege de kosmische en natuurlijke processen die zich in de macrokosmos binnen enorme grote perioden voltrekken’. Ook deze cycli zijn van belang en dienen dus ook bijgehouden te worden.

Zelfs cycli die groter zijn dan de levensduur van onze aardbol en de zon komen terug op de stenen monumenten die de Maya's voor ons hebben achtergelaten.

Tot zover Deel 1 van dit artikel.

'De Mayakalenders en hun relatie met het magische jaar 2012' IV

De diverse kalenders/cycli

Niet alle kalenders/cycli die de Maya’s gebruikten zijn ons bekend. Een aantal cycli is in geheimzinnigheid gedompeld. Men moet niet vergeten dat de Spanjaarden naast ernstige volkerenmoord gepleegd te hebben op de Maya’s, zich ook schuldig maakten aan de grootste vernietiging van kennis (onder anderen in de vorm van boekverbrandingen) in de ons bekende geschiedenis, toen zij het Christelijke geloof opdrongen aan de Maya’s (en alle andere ‘native Americans’). Van een flink aantal kalenders/cycli is wel bekend wat ze bijhouden of waarom ze een bepaalde periode hebben. De meeste Maya’s gebruikten overigens slechts enkele cycli. De voorspellende cycli werden meestal niet door hen gebruikt. Natuurgenezers en kalenderbewakers bezaten (en bezitten in sommige gevallen nog steeds) de stokoude kennis wel.

Voor de bepaling van de datum in 2012 zijn overigens lang niet al deze kalenders van belang, maar in een artikel over de Mayakalenders en haar cycli is het wel zo correct alle mij bekende elementen en visies hiervan en over op te nemen (zoals de hierboven genoemde 13-manen/Dreamspellkalender), dus bij deze de cycli. De verschillende visies volgen in deel 4:

-De Ixim Tun, deze kalender werd/wordt (sommige ‘stammen’ gebruiken de kalenders en leven nog steeds naar de leer van de kalenderwetenschap), voor landbouwdoeleinden gebruikt en bedraagt een periode van 130 dagen. (de helft van de Tzolk’in)

-De Mom Tun is de kalender die de microcyclus van insecten weergeeft, wat erg belangrijk voor de landbouw was. De cyclus bedraagt 180 dagen.

-De Tzolk’in, is de Heilige galactische kalender welke de combinatie van de 20 zonnezegels (afgebeeld als de 20 Goden die zorgen tezamen zorgen voor de ‘twintig gezichten van de schepping’, met elk hun eigen ‘karakter’) met elk van de 13 tonen (Heilige getallen) beschrijft. Dit is de belangrijkste van de kalenders, welke onder andere de cyclus van 20 x 13 = 260 dagen/combinaties bevat (13 Uinals). Elke van deze 260 combinaties worden een ‘Kin’ (wat dag, maar ook mens betekent) genoemd. Bij elke dag hoort een andere toon-zonnezegel combinatie en zodoende kent elke van de 260 dagen zijn eigen functie/mogelijkheden en zijn eigen energetische karakter. Deze cyclus wordt door Arguelles gecombineerd met de cyclus van 13 maanden van 28 dagen + 1 dag buiten de tijd. Doora anderen wordt de Tzolk'in met de Haab van 365 dagen gecombineerd (zie deel 3). Op de Tzolk’in ga ik later nog dieper in een apart hoofdstuk van deel 2, omdat deze kalender zeer belangrijk is. Deze kalender van 260 dagen houdt het bioritme van de mens (en van de Aarde) bij, met daarin verwerkt de geboortecyclus van de mens van 260 dagen, en is de heilige galactische kalender van de Maya’s. De Tzolk'in wordt ook gebruikt voor het beschrijven van de menselijke geschiedenis en voorspelt zodoende ook de toekomst.

-De Tun, bedraagt 360 dagen is een kalender die de harmonie in cycli tussen sterren, sterrenstelsels en planeten beschrijft. De oude Egyptenaren gebruikten een jaar kalender van 360 dagen met vijf dagen die aan de Goden werden geofferd, om zo op een totaal van 365 dagen uit te komen.

-De Tz’otz Tun is de cyclus van 364 dagen (13 maanden x 28 dagen) welke ook wel de vleermuiscyclus genoemd wordt. Deze kalender beschrijft de baan van de maan om de Aarde. Deze kalender werd verder in het geheim voor profetieën en voorspellingen gebruikt.

-De Ik Tun, welke verwant is aan de Tz’otz Tun van 364 dagen. De Ik Tun is echter exacter in het beschrijven van de getijden en de vrouwelijke cycli (evenals de cycli van hormoonaanmaak bij de mens in het algemeen).

-De Haab. Deze kalender heeft een periode van 365 dagen die wordt onderverdeeld in 18 ‘maanden’ (Uinals) van 20 dagen met een vijfdaagse toevoeging genaamd Uayeb, wanneer de cyclus en haar Goden wordt/worden vereerd. Dit concept lijkt ook veel op de Egyptische kalender van 360 dagen + 5 dagen voor de Goden, die het Aardse jaar bijhoudt.
Het volgende schemaatje geeft een overzichtje van de namen van deze 18 Haab-maanden van 20 dagen en de Uayeb van 5 dagen, met bijbehorende icoontjes (de zogenaamde glyphen; de Goden, die de maanden met hun karakters en energieblauwdruk vertegenwoordigen, voorstellen):


Er zijn dus 18 Haab-maanden van 20 dagen en 1 van vijf dagen (Uayeb). Deze kalender was voor het gewone volk erg belangrijk omdat hij gebruikt werd voor de datering van noodzakelijke landbouwactiviteiten. De kalender beschrijft de sub-seizoenen.

-De Kiejeb is een cyclus die 400 dagen bedraagt en een profetisch karakter heeft. Deze cyclus is een verbindingscyclus tussen de kalender wiskunde en de gewone wiskunde (zie het hoofdstuk hieronder over het Maya notatiesysteem van getallen).

-De Muchuchu Mil die een periode van 52 jaren bedraagt (een Maya-eeuw). Dit is weer een ‘fractal’ (zoals dat in de Mayakalenderwetenschap genoemd wordt) van de 52 weken van 7 dagen in een jaar van 13 x 28 dagen. Het is ook een 'fractal' van de 5200 Tuns durende Baktun van 144000 dagen, de periode die belangrijk is voor de bepaling van de einddatum in 2012 en voor het voorspellen van de toekomst vanuit de gegevens uit de voorbije geschiedenis.

-De Chol Tun bedraagt een periode van 260 jaren die werkt als de Tzolk’in, maar beschrijft hetzelfde proces op macrokosmosniveau, met jaren in plaats van met dagen. Hij bedraagt 1/100e van de precessiecyclus van de Aarde (voor een uitleg van de precessiecyclus kunt u ook op Dossier-X terecht in het dossier 2012).

-De Ku Tun die een periode beslaat van 520 jaar, tien keer zoveel dus als de Muchuchu Mil. Deze kalender is belangrijk voor het doen van voorspellingen en heeft dus ook een profetisch karakter. Hij wordt in combinatie met de andere profetische cycli gebruikt om tot een echte voorspelling te komen, net zoals dat Tarot kaarten ‘samen’ de voorspelling maken of vertellen door de combinatie van verschillende Tarot kaarten en niet door elke kaart afzonderlijk (althans, veel minder gedetailleerd).

-De Ekomal Tun bedraagt ook 520 jaren en is ook een voor de mensheid belangrijke voorspellende kalender. Het verschil met de Ku Tun is mij niet bekend. De Ekomal Tun zou de vrouwelijke en de mannelijke draaiing van de Zon moeten aangeven.

-De Tiku Tun is de kalender die de Muchuchu Mil kalender onderverdeelt in perioden van 9 x 52 = 468 jaar duisternis of 13 x 52 = 676 jaar licht (ook wel de negen hellen en de dertien hemelen genoemd). Ook deze kalender heeft weer een voorspellend karakter.

-De Ajau Tun is de cyclus die 20 jaren duurt. Een cyclus die in verband staat met de Tzolk’in.

-De Ox Lajuj Baktun is de kalender van 5200 jaar. Deze kalender verdeeld de tijd in Zonnen en Werelden welke worden afgesloten met rampzalige gebeurtenissen (aldus de oude verhalen).

Dit is een kalender die ‘afloopt’ op 21 december 2012 (ook wel 22 december), de kortste dag van het jaar op het Noordelijk halfrond.

Al wordt er met de Lange kalendertelling uitgegaan van een periode van 1872000 dagen, wat 5200 jaren van 360 dagen is. Hier kom ik uiteraard later nog terug.

Zoals u misschien opgevallen is, zijn de perioden van cycli vaak veelvouden van andere cycli (bijvoorbeeld twee keer zo groot of tien keer zo groot).

Van de overige kalenders is weinig tot niets bekend.

Wel bekend is dat de Maya’s allerlei hemellichamen volgden en het effect van de diverse hemellichamen op (onder andere) mensen en menselijk gedrag kenden. De planetaire bewegingen die ze bijhielden zijn door hen van waarden voorzien die van een verbluffend hoog astronomisch, astrologisch en wiskundig (maar ook cryptografisch) kennisniveau lijken te spreken die bijna onmogelijk van hun eigen jarenlange hemelbestudering en andere waarnemingen afkomstig kan zijn.

Zo hebben ze bijvoorbeeld nooit het wiel weten uit te vinden (maar misschien was dit voor hen ook helemaal niet belangrijk).

De Maya’s gebruikten de kalenders door elkaar heen en in combinatie met elkaar (alsof de afzonderlijke kalenders tandwielen van verschillende grootte zijn die in elkaar draaien, waarbij elk tandje een dag voorstelt). Door enkele cycli met elkaar te combineren ontstaat de volgende virtuele weergave (uiteraard zijn er meerdere combinaties van cycli die met elkaar verweven zijn mogelijk):


(bron: http://www.dossierx.nl)

Vervolg> III

In een gewoon kaartspel komen de getallen die te vinden zijn in het bijhouden van de tijd, gedurende het jaar ook terug: er zijn 52 weken van 7 dagen. Elke kaart is zeven dagen. Er zijn dertien kaarten per kleur (harten, schoppen, klaver en ruiten; maken samen vier kleuren) net zoals er dertien weken in een van de vier seizoen gaan (winter, lente, zomer en herfst). Er gaan 52 kaarten in een spel. 13 x 4 = 52. De 13-manen jaarkalender (de Tun Uc) met 52 weken van 7 dagen, levert een totaal van 364 dagen per jaar op. Deze 13-manenkalender wordt gebruikt in/is onderdeel van de Dreamspell kalender van Jose Arguelles. De Gregoriaanse dagen blijven daarin het zelfde, maar worden anders verdeeld:

Elke maand begint zodoende op dezelfde dag, bijvoorbeeld zondag. Elke eerste dag van het jaar begint dan ook op een zondag. Elke maand duurt 28 dagen en er zijn 13 maanden. Heel handig om mee te werken en rekenen, je bent bijvoorbeeld elk jaar op dezelfde dag jarig (en niet alleen op dezelfde datum).

De eerste dag van het jaar valt bij de Dreamspell kalender van Arguelles op 26 juli (net als bij de oude Egyptenaren). De dag hieraan voorafgaand wordt ‘de dag buiten de tijd’ genoemd. 25 juli is dus de dag tussen de jaren in. Deze dag wordt elk jaar toegevoegd aan de kalender van 364 dagen om zo op het juiste aantal dagen voor de draaiing van de Aarde om de Zon uit te komen. Op ‘de dag buiten de tijd’ wordt gevierd dat iedereen medeschepper is van de Grote Schepping. Er wordt op bijeenkomsten gemediteerd waarbij men zich voorbereid op een nieuw jaar van vier seizoenen. Er wordt stilgestaan bij het in harmonie leven met al het andere leven op Aarde.

De dag buiten de tijd komt niet voor in de agenda en is dus ook niet een maandag of dinsdag ofzo.

‘Waarom 26 juli als eerste dag van het jaar en niet gewoon 1 januari?’ zult u denken. In de tijd dat de originele 13-manenkalenders ontwikkeld werden had men nog niet de beschikking over computers en telescopen en dergelijke. Het jaar begint op 26 juli omdat dat de enige datum in het jaar is waarop er een conjunctie (samenstand) tussen twee hemellichamen plaatsvindt die elk jaar op exact dezelfde dag plaatsvindt, te weten die tussen de Zon en de ster Sirius. Sirius wordt ook wel de Hondsster genoemd, omdat het deel uitmaakt van het sterrenbeeld Grote Hond. In het midden van wat we de Hondsdagen noemen valt de eerste dag van het 13-manen-jaar. Zo heb je het enige universele eikpunt als begin van het nieuwe jaar. Rond 1 januari, het Gregoriaanse nieuwjaar. staan Sirius en de Zon elk jaar in oppositie, het tegenovergestelde van de conjunctie. Volgens Carl Calleman is de datum om het jaar mee te beginnen (26 juli) door de Spaanse Christenen aan de Maya's toendertijd opgedrongen; zij kenden immers geen vaste dag voor het begin van het jaar en dat idee paste niet in de Gregoriaanse kijk op de tijd die de overheersers erop nahielden. Over dit verschil in opvatting van gebruik van de originele kalenders meer in deel 4.

We kwamen net het getal 28 al tegen voor het aantal dagen in een maand (elke maand). Dat dit getal verbonden is met de natuurlijke en kosmische cycli binnen en buiten het driedimensionale materiele leven (dit geldt overigens voor bijna alle belangrijke heilige getallen die in de diverse kalenders voorkomen.), blijkt onder andere uit het feit dat de gemiddelde periode (menstruatiecyclus) van de vrouw 28 dagen bedraagt. 28 dagen is ook de periode die de cyclus bedraagt waarin we alle cellen aanmaken van ons grootste orgaan, namelijk de huid. Hieronder is te zien hoe de Kukulkan (Quetzalcoatl) piramide (zie ook 2e foto van artikel, waar de piramide op de achtergrond afgebeeld staat) de vier seizoenen bijhoudt met de 4 x 91 treden (91 = aantal dagen per seizoen) en bovenaan de 4 x 91 = 364 + 1 trede, het bovenste platform wat de dag buiten de tijd voorstelt maakt samen 365 dagen.





(bron: http://www.dossierx.nl)

'De Mayakalenders en hun relatie met het magische jaar 2012' III


(Kalendersteen, een ontwerp wat verweven is met de Mayakalenderwetenschappen. De Azteken gebruikten (voor het grootste gedeelte) dezelfde cycli als de Maya’s. Zij gaven wel andere namen aan de verschillende dagen, tonen , zonnezegels (of:Goden) etc. Ook was hun rangschikking naar belangrijkheid van de verschillende cycli anders dan die van de Maya’s)
Westerse kalenderwetenswaardigheden vs Mayakalenderwetenswaardigheden

Hier in het Westen (al zitten we in Nederland op het Oostelijke halfrond) meten wij tijd op een lineaire wijze met behulp van de Gregoriaanse kalender (naar Paus Gregorius de 13e (1572-1585) ). Dat gebeurt op een wijze die onnatuurlijk genoemd kan worden. De kalender die wij allen dagelijks gebruiken is een door een mannelijke priesterkaste, in opdracht van Julius Caesar verzonnen kalender (later door Paus Gregorius de 13e gecorrigeerd) waarbij meetkunde die ontwikkeld is voor het indelen van ruimte wordt toegepast op het indelen van tijd. En dat terwijl tijd waarschijnlijk (zeker voor de Maya’s) iets veel grootsers is dan hoe wij westerlingen er naar kijken. Het enige belangrijke natuurlijke/kosmische in de Gregoriaanse kalender is dat ermee bijgehouden wordt dat de Aarde in een bepaald aantal dagen 1 maal rond de Zon draait.


De kalender die de baan van de Aarde om de Zon bijhoudt is slechts een klein onderdeel van wat het totale aantal Mayakalenders beschrijven, we kennen dit onderdeel als de Haab en Arguelles introduceerde een aantal jaren geleden de Dreamspell kalender, een 13-manenkalender, op de Tzolk' in (de heilige cyclus) van de Maya's gebaseerd en past in de Gregoriaanse tijdsrekening, maar die een stuk natuurlijker en 'symmetrischer' maakt.


De Maya’s zeggen de informatie die tot de totstandkoming van de kalenders heeft geleid direct van de Goden te hebben ontvangen (net als Arguelles). Zij beschouwen hun kalenderwetenschap dan ook als zeer heilig.


De manier waarop Maya’s met tijd omgaan, kan in harmonie met de kosmische en natuurlijke cycli genoemd worden, omdat deze cycli met hun kalender zijn verweven.


Een cirkel wordt bij ons in twaalven verdeeld, binnen de tijdrekening. De Aarde draait in twaalf onregelmatige maanden om de zon; een kleine wijzer op een horloge doet er twaalf uren over om een cirkel af te leggen. Dat is handig om tijd te mechaniseren. Zo wordt het ‘tijd=geld’ idee gecreëerd. Leuke wetenswaardigheid is dat het woord kalender van het Romeinse woord ‘calends’ komt en hetzelfde betekent als ‘kasboek’, in onze Nederlandse taal. Alsof tijd voor niets anders nuttig is dan bijhouden hoeveel geld er jaarlijks uitgegeven wordt…


Wat betreft het getal twaalf dat verweven is met onze Gregoriaanse tijdsrekening kennen wij ook bijvoorbeeld de twaalf sterrenbeelden. Oorspronkelijk werd met dertien sterrenbeelden in de dierenriem gewerkt; het sterrenbeeld ‘slangendrager’ is geschrapt om ook op het gebied van de indeling van de dierenriem in een bepaald aantal sterrenbeelden aan de mechanische indeling te kunnen voldoen. Voor de Maya’s was het getal 13 (wat wij het ongeluksgetal noemen) het belangrijkste getal binnen de kalenderwetenschappen. Ook de getallen 20, 28, 52 en 360 zijn erg belangrijk.


Wat betreft de dagen en maanden waaruit een jaar bestaat is er binnen onze kalender ook flink gegoocheld:

De Romeinse keizer Augustus wilde niet voor Julius Caesar onderdoen wat de vernoeming van maanden naar Romeinse keizers betreft. Vandaar dat onze maand augustus 31 dagen heeft, net als juli (de maand die naar Caesar vernoemd is). Hij snoepte om de kalender die de baan van de Aarde om de zon bijhield (en nog steeds houdt) een juist aantal dagen te laten behouden gewoon een dag van februari af, wat voor de vreemde korte lengte van de maand heeft gezorgd.


Toen deze wijzigingen werden doorgevoerd spraken we nog van de Juliaanse kalender, die door Paus Gregorius de 13e werd omgedoopt tot de Gregoriaanse kalender, na een datumcorrectie in oktober 1582 van 10 dagen (een tijdsprong in de kalender). Nog steeds staat onze kalender dus onder de oude Romeinse invloeden. Zo is de maand maart naar de planeet Mars vernoemd. De dagen van de week komen in de Europese talen ook vaak van de oude Romeinse Goden (hemellichamen).


Verder begint elk jaar bij ons op een andere dag van de week evenals elke eerste dag van de maand onregelmatig op dan weer maandag, dan dinsdag etc valt. Dat is niet erg handig maar ook in dit artikel zijn deze zaken het vermelden meer dan waard om zo een vergelijking te kunnen maken met de manier waarop de Mayakalenders werken en hoe de verschillende interpretaties van diverse kalenderwetenschappers luiden.


Dat een week zeven dagen duurt, komt waarschijnlijk van de vier fasen van de maan. De maan is het hemellichaam waar ons woord ‘maand’ vandaan komt. Elke fase van de maan (waardoor onderscheid gemaakt kan worden tussen een volle en een nieuwe maan etc.) duurt zeven dagen, waardoor een maand (de omlooptijd van de maan om de Aarde) bijna exact 28 dagen duurt (zoals dat bij de 13-manenkalender geval is) in plaats van de 29, 30, of 31 dagen die wij aan de diverse maanden toekennen. Het exacte gemiddelde van de drie cycli van de maan is 28 dagen.

(bron: http://www.dossierx.nl)